Carnaval is van ____ een gekerstend heidens volksfeest. Het valt binnen de christelijke traditie op de zondag, maandag en dinsdag direct voorafgaand aan de vastentijd van 40 dagen. In Nederland wordt het oorsponkelijk alleen door katholieken gevierd, voornamelijk in het zuiden en delen van het oosten. Ook in België en het katholieke Rijnland in Duitsland wordt ____ carnaval gevierd. Vastelaovend (=vastenavond) zoals het in Limburg wordt genoemd, is een feest van ____, traditie en vieren. Carnaval is ____ het feest van zotheid, spot en uitbundigheid. Antropologisch gezien is het carnaval vooral een omkeringsritueel, waarin ____ rollen worden omgedraaid en normen over gewenst gedrag worden opgeschort. Het omkeringsritueel is niet alleen een bron van ____, maar ook een belangrijk sociaal en cultureel fenomeen dat diep geworteld is in de traditie van carnaval. Tijdens carnaval nemen narren, prinsen en andere carnavalsfiguren tijdelijk de macht over. Dit symboliseert een ____ van de normale machtsverhoudingen. Autoriteiten worden ____, en sociale normen worden losgelaten. Kostuums en maskers spelen een ____ rol in het omkeringsritueel. Ze stellen mensen in staat om tijdelijk een andere identiteit aan te nemen. Officieel duurt carnaval in Nederland drie dagen die ____ aan Aswoensdag. Het feest duurt van zondag tot dinsdagavond, Vastenavond. De vastentijd van 40 dagen ____ om middernacht. Deze duurt tot Pasen. In de huidige praktijk vinden er tussen 11 november en het eigenlijke feest al tal van festiviteiten plaats, ____ in de laatste weken voor het carnaval zelf. Soms vinden er op Aswoensdag nog carnavalsactiviteiten plaats. Op 11 november (de elfde van de elfde), om precies 11:11 uur, begint het carnavalsseizoen. In Nederland wordt deze start van het seizoen met een ceremonie gevierd. Dit getal 11 wordt ____ als het getal van dwazen en gekken beschouwd. 11 november is bovendien exact 40 dagen voor 21 december, de kortste dag. Elk jaar wordt er door elke carnavalsvereniging een Prins Carnaval en een Raad van Elf ____. De prins ontvangt van de burgemeester ____ de sleutel van het dorp of de stad voor de duur van carnaval. De burgemeester doet tijdelijk afstand van zijn rol. ____ carnaval hebben veel dorpen en steden een alternatieve naam.

Tauler de classificació

Estil visual

Opcions

Canvia de fonament

Restaurar desada automàtica: ?