De vrouw heeft ____, blond haar. Hij heeft een ____ neus. Het meisje heeft ____ ogen. Mijn opa draagt een ____ kostuum. Mijn zoon draagt altijd ____ kleren. Ik draag graag een ____ trui. De student heeft lang, ____ haar. Zij draagt ____ sokken. Hij draagt altijd ____ sportschoenen. De vrouw draagt een ____ bloes. Hij draagt een ____ short. Mijn schoonmoeder draagt een ____, dure jurk. Mijn ouders dragen een ____ pyjama. Ik heb ____ sandalen. Wij kopen een ____ jas.

by

Leaderboard

Visual style

Mga Option

I-switch ang template

I-restore ang gi-autosave: ?