Ik heb één zus. Jij hebt twee ..., zuusen, zusen, zussen, Vandaag heb ik één afspraak. Morgen heb ik twee ...., afspraaken, afspraken, afsprakken, Ik heb één baan. Mijn moeder heeft twee ..., baanen, banen, bannen, Hier is een fles cola. Hier zijn ook ..... water., fleesen, flesen, flessen, De reis is €10,00 per persoon en €18,00 voor twee ..., persoonen, personen, personnen, Citroenen zijn zuur. Houdt jij ook van --- vruchten, zure, zuure, zuur, Deze jurk is wit. In de zomer draag ik graag ---- kleding, wite, witte, wit, Aardbeien zijn rood. --- vruchten zijn vaak zoet, roode, rood, rode, Koop jij vaak gele kleding? Nee ik houd niet van ---, gel, geel, gele, Kan jij op 1 ----- staan? Nee ik sta liever op twee benen, ben, been
0%
spelling
Share
Share
by
Philippinedros
I-edit ang Content
Save
Like
I-Print kini
Embed
Uban pa
Assignments
Leaderboard
Show more
Show less
Kini nga leaderboard naka-pribado. Pag-klik sa
Share
aron himuon kini nga publiko.
Kini nga leaderboard gi-disable sa tag-iya sa resource.
Kini nga leaderboard gi-disable tungod ang imong mga kapilian lahi ra sa tag-iya sa resource.
I-revert ang mga Kapilian
Ang
Quiz
usa ka open-ended nga template. Dili kini makamugna ug mga marka sa leaderboard.
Kinahanglan mag log in
Visual style
Fonts
Subscription required
Mga Option
I-switch ang template
Ipakita tanan
Open results
Copy link
QR code
Mag-delete
I-restore ang gi-autosave:
?