zijn - was, waren, worden - werd, werden, hebben - had, hadden, gaan - ging, gingen, komen - kwam, kwamen, lopen - liep, liepen, rijden - reed, reden, staan - stond, stonden, zitten - zat, zaten, zeggen - zei, zeiden, slapen - sliep, sliepen, luisteren - luisterde, luisterden, horen - hoorde, hoorden, schrijven - schreef, schreven, werken - werkte, werkten, lezen - las, lazen, zien - zag, zagen, kijken - keek, keken, kopen - kocht, kochten, betalen - betaalden,
0%
Imperfectum 2
Share
Share
Share
by
Saskiadaanje
vanaf 10 jaar
Grammatica
NT2
I-edit ang Content
I-Print kini
Embed
Uban pa
Assignments
Leaderboard
Ang
Flash cards
usa ka open-ended nga template. Dili kini makamugna ug mga marka sa leaderboard.
Kinahanglan mag log in
Visual style
Fonts
Subscription required
Mga Option
I-switch ang template
Ipakita tanan
Daghang mga format ang mugawas samtang gidula nimo ang activity.
Open results
Copy link
QR code
Mag-delete
I-restore ang gi-autosave:
?