gaan, gegaan, drinken, gedronken, eten, gegeten, spreken, gesproken, krijgen, gekregen, doen, gedaan, werken, gewerkt, studeren, gestudeerd, wandelen, gewandeld, lunchen, geluncht, hebben, gehad, zijn , geweest, bellen, gebeld, bezoeken, bezocht, lezen, gelezen.

Leaderboard

Visual style

Mga Option

I-switch ang template

)
I-restore ang gi-autosave: ?