vragen om iets te krijgen. - aanvragen, een tijd dat je met iemand bent. - de afspraak, winkel waar je medicijnen krijgt. - de apotheek, iemand die helpt bij het werk van een ander, bijvoorbeeld bij de huisarts. - de assistente, winkel waar je spullen voor je lichaam koopt, zoals pleisters, shampoo of pijnstillers. - de drogist, hoe lang iets is, bijvoorbeeld: de les duurt 1 uur. - duren, dokter waar je als eerste naartoe gaat als je ziek bent. - de huisarts, plek waar je ’s avonds of in het weekend naartoe kunt als je ziek bent. - de huisartsenpost, als de huisarts naar jouw huis komt. - het huisbezoek, als je lichaam warm is omdat je ziek bent. - de koorts, een middel dat je beter maakt als je ziek bent. - het medicijn, de plek waar de huisarts werkt. - de praktijk, als mensen boos op elkaar zijn - de ruzie, dokter die heel veel weet over één deel van het lichaam. - de specialist, iets dat heel snel moet. - de spoed, iets heel ergs dat heeft meteen hulp nodig heeft. - het spoedgeval, je kunt naar de dokter gaan zonder afspraak. - het spreekuur, het gevoel dat je veel druk hebt of zorgen - de stress, een test maken om te kijken of het goed is - toetsen, in het midden - tussen, hoesten je neus zit dicht. - verkouden, iets dat je wilt weten - de vraag, zaterdag en zondag. - het weekend, praten met iemand - zeggen tegen, nodig zijn - de zin,

લીડરબોર્ડ

દૃશ્યમાન શૈલી

વિકલ્પો

ટેમ્પલેટ બદલો

આપોઆપ સંગ્રહ થયેલ છે: ?