Hoeveel , ..... paar schoenen heb jij? 4., Waar, ..... ben jij getrouwd? In Turkije. , Wanneer, ..... begint de cursus 1.2? Op 1 februari. , Wat, ..... koop jij in de winkel? Brood. , Wie , ..... is de leraar? Esther. , Hoe, ..... heet jij? Marie, Hoe laat, ..... begint de les? Om 18:15 uur., Welke, ..... talen spreek jij? Nederlands en Engels, Waarom, ..... kom je niet? Ik heb geen tijd..

Classifica

Stile di visualizzazione

Opzioni

Cambia modello

)
Ripristinare il titolo salvato automaticamente: ?