1) Ze (uitslapen) tot 11 uur op zondag. a) Ze sliepen op zondag tot 11 uur uit. b) Ze sliepen tot 11 uur uit op zondag. c) Ze uisliepen op zondag tot 11 uur. 2) De buren (aanbieden) een kopje thee. a) De buren aanboden ons een kopje thee. b) De buren boden ons een kopje thee aan. c) De buren ons een kopje thee aanboden. 3) Vorige week (uitleggen) de docent de comparatief. a) Vorige week legde de docent de comparatief uit. b) Vorige week uitlegde de docent de comparatief. c) Vorige week legde de docent uit de comparatief. 4) De directrice (herhalen) haar bericht voor de studenten. a) De directrice haalde haar bericht voor de studenten her. b) De directrice herhaalde haar bericht voor de studenten. c) De directrice haar bericht voor de studenten herhaalde. 5) Paul zei dat hij (meedoen) met de wedstrijd. a) Paul zei dat hij met de wedstrijd meedeed. b) Paul zei dat hij deed mee met de wedstrijd. c) Paul zei dat hij meedeed met de wedstrijd. 6) Ik vraag me af of ze (overwerken) elke dag. a) Ik vraag me af of ze overwerken elke dag. b) Ik vraag me af of ze werken over elke dag. c) Ik vraag me af of ze elke dag overwerken. 7) Na het werk (langsgaan) ik altijd bij mijn vriend. a) Na het werk langsga ik atijd bij mijn vriend. b) Na het werk ga ik altijd bij mijn vriend langs. c) Na het werk ga ik altijd langs bij mijn vriend. d) Na het werk ik altijd bij mijn vriend langsga. 8) Ik vroeg hem of ik (mogen terugbellen) later. a) Ik vroeg hem of ik hem later mocht terugbellen. b) Ik vroeg hem of ik mocht hem later terugbellen. c) Ik vroeg hem of mocht ik hem terugbellen later. d) Ik vroeg hem of ik hem later terug mocht bellen. 9) Toen hij (opendoen) de deur, zag hij mij. a) Toen hij de deur opendeed, zag hij mij. b) Toen hij open de deur deed, zag hij mij. c) Toen hij deed de deur open, zag hij mij. 10) Ik herhaal dat u (moeten oversteken) de straat op het zebrapad. a) Ik herhaal dat u de straat op het zebrapad moet oversteken. b) Ik herhaal dat u moet de straat op het zebrapad oversteken. c) Ik herhaal dat u de straat over moet steken op het zebrapad. d) Ik herhaal dat u moet de straat oversteken op het zebrapad.
0%
Scheidbare verba
共有
共有
共有
Documentacio
さんの投稿です
volwassenen
Neerlandès
Nederlands B1
コンテンツの編集
印刷
埋め込み
もっと見る
割り当て
リーダーボード
もっと表示する
表示を少なくする
このリーダーボードは現在非公開です。公開するには
共有
をクリックしてください。
このリーダーボードは、リソースの所有者によって無効にされています。
このリーダーボードは、あなたのオプションがリソースオーナーと異なるため、無効になっています。
オプションを元に戻す
クイズ
は自由形式のテンプレートです。リーダーボード用のスコアは生成されません。
ログインが必要です
表示スタイル
フォント
サブスクリプションが必要です
オプション
テンプレートを切り替える
すべてを表示
アクティビティを再生すると、より多くのフォーマットが表示されます。
オープン結果
リンクをコピー
QRコード
削除
自動保存:
を復元しますか?