Mario is niet jarig, maar mijn oma., , Zij is klein, maar heel sterk., , Het antwoord is goed, maar niet compleet., , Hij wil fietsen, maar zijn band is lek., , Ela deed haar best, maar verloor de wedstrijd., , We gingen op tijd weg, maar we kwamen te laat., , Ik wil slapen, maar ik ben nog wakker., , Ik houd van aardbeienijs, maar niet van vanille-ijs., , Het water is koud, maar verfrissend., , De hond is oud, maar nog heel fit., , De appel is niet groen, maar hij is rood., , Dit boek hier is dik, maar dat boek daar is dun., , Ik ben blij, maar ook een beetje zenuwachtig., , Ik heb honger, maar het eten is nog niet klaar., , We gaan wandelen, maar niet zo lang., .

7. Zinnen met het koppelwoord „maar” Hoe schrijf je het?

Scorebord

Visuele stijl

Opties

Template wisselen

)
Automatisch opgeslagen activiteit "" herstellen?