een gum. - Ik heb een potlood en ..., schrijven. - Zij kan Nederlands lezen en ..., springt in het rond. - Mario rent en ..., ik zie mijn vrienden daar. - Ik ga naar school en ..., het is lekker warm. - De zon schijnt en ..., een kat. - Ik zie een hond en ..., dansen. - We zingen en ..., kleuren. - Zij tekenen en ..., cola. - Ze drinkt geen koffie en ..., de kat ligt eronder te slapen. - De vogels zitten in de boom en ..., door het park. - Ela en Maris lopen in het bos en ..., zwaar. - De tas is groot en ..., gezang. - Ik hoor muziek en ..., bananen. - Cora koopt appels en ..., leert. - Bert maakt huiswerk en ...,

2. Het koppelwoord „En”

Scorebord

Visuele stijl

Opties

Template wisselen

Automatisch opgeslagen activiteit "" herstellen?