Het regent, dus blijf ik binnen., U heeft honger, dus eet u een appel., Hij is moe, dus gaat hij vroeg naar bed., De docent legt de les uit, dus luisteren we goed., Ashley was ziek, dus bleef zij thuis., Het is buiten koud, dus trekken we een jas aan., De bus komt niet, dus gaan we lopen., Ik begrijp het niet, dus stel ik een vraag., De hond blaft hard, dus kijkt iedereen om., Het werk is klaar, dus neem ik pauze., Zij hebben dorst, dus drinken zij water., We zijn laat, dus haasten we ons., De poes hoorde een geluid, dus schrok zij., De zon schijnt fel, dus zet ik een zonnebril op., Opa en oma hadden tijd, dus hielpen ze mij..

1. zinnen met het koppelwoord „Dus”

Scorebord

Kaarten delen is een open template. Het genereert geen scores voor een scoreboard.

Visuele stijl

Opties

Template wisselen

Automatisch opgeslagen activiteit "" herstellen?