Het regent, dus blijf ik binnen., U heeft honger, dus eet u een appel., Hij is moe, dus gaat hij vroeg naar bed., De docent legt de les uit, dus luisteren we goed., Ashley was ziek, dus bleef zij thuis., Het is buiten koud, dus trekken we een jas aan., De bus komt niet, dus gaan we lopen., Ik begrijp het niet, dus stel ik een vraag., De hond blaft hard, dus kijkt iedereen om., Het werk is klaar, dus neem ik pauze., Zij hebben dorst, dus drinken zij water., We zijn laat, dus haasten we ons., De poes hoorde een geluid, dus schrok zij., De zon schijnt fel, dus zet ik een zonnebril op., Opa en oma hadden tijd, dus hielpen ze mij..
0%
1. zinnen met het koppelwoord „Dus”
Delen
Delen
Delen
door
Maris68
Nederlands
NT2
A2
B1
Koppelwoorden /voegwoorden
Inhoud Bewerken
Afdrukken
Embedden
Meer
Toewijzingen
Scorebord
Kaarten delen
is een open template. Het genereert geen scores voor een scoreboard.
Inloggen vereist
Visuele stijl
Lettertypen
Abonnement vereist
Opties
Template wisselen
Alles weergeven
Er zullen meer templates verschijnen terwijl je de activiteit gebruikt.
Open resultaten
Kopieer link
QR-code
Verwijderen
Automatisch opgeslagen activiteit "
" herstellen?