blijf ik binnen. - Het regent, dus ..., eet u een appel. - U heeft honger, dus ..., gaat hij vroeg naar bed. - Peter is moe, dus ..., luisteren we goed. - De docent legt de les uit, dus ..., bleef zij thuis. - Ashley was ziek, dus ..., trekken we een jas aan. - Het is buiten koud, dus ..., gaan we lopen. - De bus komt niet, dus ..., stel ik een vraag. - Ik begrijp het niet, dus ..., kijkt iedereen om. - De hond blaft hard, dus ..., neem ik pauze. - Het werk is klaar, dus ..., drinken ze water. - Zij hebben dorst, dus ..., haasten we ons. - We zijn laat, dus ..., schrok zij. - De poes hoorde een geluid, dus ..., zet ik een zonnebril op. - De zon schijnt fel, dus ..., hielpen ze mij. - Opa en oma hadden tijd, dus ...,
0%
2. zinnen met het koppelwoord „Dus”
Delen
Delen
Delen
door
Maris68
Nederlands
NT2
A2
B1
Koppelwoorden /voegwoorden
Inhoud Bewerken
Afdrukken
Embedden
Meer
Toewijzingen
Scorebord
Meer weergeven
Minder weergeven
Dit scoreboard is momenteel privé. Klik op
Delen
om het publiek te maken.
Dit scoreboard is uitgeschakeld door de eigenaar.
Dit scoreboard is uitgeschakeld omdat uw opties anders zijn dan die van de eigenaar.
Opties Herstellen
Kies het antwoord
is een open template. Het genereert geen scores voor een scoreboard.
Inloggen vereist
Visuele stijl
Lettertypen
Abonnement vereist
Opties
Template wisselen
Alles weergeven
Er zullen meer templates verschijnen terwijl je de activiteit gebruikt.
Open resultaten
Kopieer link
QR-code
Verwijderen
Automatisch opgeslagen activiteit "
" herstellen?