klop ik aan., De deurbel is stuk, dus ..., steekt hij zijn hand op., Frans weet het antwoord, dus ..., plakt hij het., Paul zijn band is lek, dus ..., lees ik verder., Het boek is spannend, dus ..., haar lachspieren doen nu zeer., Ze heeft vandaag veel gelachen, dus ..., startte ik hem opnieuw op., De computer liep vast, dus ..., dans ik mee., Ik hoor muziek, dus ..., ik hoorde niets., Het geluid stond uit, dus ..., fluisteren we., Het is stil in de bibliotheek, dus ..., zoeken we onze plaatsen., De film begint zo, dus ..., lever ik mijn werk in., Ik ben klaar, dus ..., oefent zij veel., Zij wil winnen, dus ..., bellen we de brandweer., Het huis staat in brand, dus ..., stoppen we., Het licht is rood, dus ..., ik doe niets., Ik ben vandaag vrij, dus ....

5. zinnen met het koppelwoord „Dus”

Scorebord

Visuele stijl

Opties

Template wisselen

)
Automatisch opgeslagen activiteit "" herstellen?