klop ik aan. - De deurbel is stuk, dus ..., steekt hij zijn hand op. - Frans weet het antwoord, dus ..., plakt hij het. - Paul zijn band is lek, dus ..., lees ik verder. - Het boek is spannend, dus ..., haar lachspieren doen nu zeer. - Ze heeft vandaag veel gelachen, dus ..., startte ik hem opnieuw op. - De computer liep vast, dus ..., dans ik mee. - Ik hoor muziek, dus ..., ik hoorde niets. - Het geluid stond uit, dus ..., fluisteren we. - Het is stil in de bibliotheek, dus ..., zoeken we onze plaatsen. - De film begint zo, dus ..., lever ik mijn werk in. - Ik ben klaar, dus ..., oefent zij veel. - Zij wil winnen, dus ..., bellen we de brandweer. - Het huis staat in brand, dus ..., stoppen we. - Het licht is rood, dus ..., ik doe niets. - Ik ben vandaag vrij, dus ...,
0%
5. zinnen met het koppelwoord „Dus”
Delen
Delen
Delen
door
Maris68
Nederlands
NT2
A2
B1
Koppelwoorden /voegwoorden
Inhoud Bewerken
Afdrukken
Embedden
Meer
Toewijzingen
Scorebord
Meer weergeven
Minder weergeven
Dit scoreboard is momenteel privé. Klik op
Delen
om het publiek te maken.
Dit scoreboard is uitgeschakeld door de eigenaar.
Dit scoreboard is uitgeschakeld omdat uw opties anders zijn dan die van de eigenaar.
Opties Herstellen
Kies het antwoord
is een open template. Het genereert geen scores voor een scoreboard.
Inloggen vereist
Visuele stijl
Lettertypen
Abonnement vereist
Opties
Template wisselen
Alles weergeven
Er zullen meer templates verschijnen terwijl je de activiteit gebruikt.
Open resultaten
Kopieer link
QR-code
Verwijderen
Automatisch opgeslagen activiteit "
" herstellen?