Het regent, dus blijf ik binnen., Ik ben vandaag vrij, dus ik doe niets. , U heeft honger, dus eet u een appel., Het licht is rood, dus stoppen we., Hij is moe, dus gaat hij vroeg naar bed., Het huis staat in brand, dus bellen we de brandweer., De docent legt de les uit, dus luisteren we goed., Zij wil winnen, dus oefent zij veel., Ashley was ziek, dus bleef zij thuis., Ik ben klaar, dus lever ik mijn werk in., Het is buiten koud, dus trekken we een jas aan., De film begint zo, dus zoeken we onze plaatsen., De bus komt niet, dus gaan we lopen., Het is stil in de bibliotheek, dus fluisteren we., Ik begrijp het niet, dus stel ik een vraag.,

7. zinnen met het koppelwoord „Dus” Hoe schrijf je het

Scorebord

Visuele stijl

Opties

Template wisselen

Automatisch opgeslagen activiteit "" herstellen?