Het geluid stond uit, dus ik hoorde niets., De hond blaft hard, dus kijkt iedereen om., Ik hoor muziek, dus dans ik mee., Het werk is klaar, dus neem ik pauze., De computer liep vast, dus startte ik hem opnieuw op., Zij hebben dorst, dus drinken zij water., Ze heeft vandaag veel gelachen, dus haar lachspieren doen nu zeer., We zijn laat, dus haasten we ons., Het boek is spannend, dus lees ik verder., De poes hoorde een geluid, dus schrok zij., Paul zijn band is lek, dus plakt hij het., De zon schijnt fel, dus zet ik een zonnebril op., Frans weet het antwoord, dus steekt hij zijn hand op., Opa en oma hadden tijd, dus hielpen ze mij., De deurbel is stuk, dus klop ik aan.,

8. zinnen met het koppelwoord „Dus” Hoe schrijf je het

Scorebord

Visuele stijl

Opties

Template wisselen

Automatisch opgeslagen activiteit "" herstellen?