ze is erg moe., Lycha gaat vroeg naar bed, want ..., het gaat regenen., Mario neemt een paraplu mee, want ..., dat vinden de kinderen lekker., We eten vanavond pizza, want ..., het vriest buiten., Maris draagt een dikke sjaal, want ..., ik moet werken., Ik kan niet komen, want ..., zij heeft zijn examen gehaald., Ela is blij, want ..., er staat iemand bij de deur., De hond blaft, want ..., de oude zijn kapot., Ik koop nieuwe schoenen, want ..., de auto is stuk., Wij gaan met de trein, want ..., dat vindt ze lekker., Zij drinkt veel melk, want ..., het is hier erg donker., Doe het licht aan, want ..., ik heb nu geen tijd., Ik bel je morgen, want ..., hij wil fit blijven., Fred gaat naar de sportschool, want ..., het stormt hard., We blijven binnen, want ..., de brug stond open., Ik ben te laat, want ....

2. zinnen met het koppelwoord „Want”

Scorebord

Visuele stijl

Opties

Template wisselen

)
Automatisch opgeslagen activiteit "" herstellen?