ze wil even ontspannen. - Zij leest een boek, want ..., hij is morgen jarig. - Hij bakt een taart, want ..., de winkel gaat bijna dicht. - Ik moet opschieten, want ..., het is prachtig weer. - We gaan naar het strand, want ..., hij kan de letters niet goed zien. - Abdullah draagt een bril, want ..., ik heb trek in iets gezonds. - Ik eet een appel, want ..., de grap was erg grappig. - Zij lacht, want ..., we willen op reis naar Amerika. - Wij sparen geld, want ...., zij heeft het koud. - Astrid zet de verwarming hoger, want ..., er komt straks bezoek. - Pa ruimt de kamer op, want ..., het heeft honger. - De baby huilt, want ..., hij kent de weg hier niet. - Frans gebruikt de navigatie, want ..., ze heeft de hele dag gesport. - Ela is moe, want ..., de winkels zijn morgen gesloten. - We kopen extra brood, want ..., anders vergeet ik het. - Ik schrijf dit op, want ...,

5. zinnen met het koppelwoord „Want”

Scorebord

Visuele stijl

Opties

Template wisselen

Automatisch opgeslagen activiteit "" herstellen?