Is het vandaag maandag ____ is het dinsdag? Hij is moe, ____ hij gaat toch sporten. Zij lacht, ____ ze heeft goed nieuws gekregen. Ik heb mijn huiswerk af, ____ ik mag gamen. We gaan naar huis, ____ het feestje is afgelopen. Wij eten vanavond pasta ____ we drinken een glas wijn. De zon schijnt, ____ het waait erg hard. We blijven binnen, ____ het ijzelt. De zon schijnt ____ de vogels fluiten. Hij heeft hard getraind, ____ hij heeft gewonnen. Zij is vrolijk, ____ de zon eindelijk schijnt. Je kunt betalen met pin ____ je betaalt contant.

2. Welk koppelwoord moet er tussen?

Scorebord

Visuele stijl

Opties

Template wisselen

Automatisch opgeslagen activiteit "" herstellen?