1) echt 2) lek 3) pech 4) zeg 5) elk 6) merg 7) berg 8) vlecht 9) hecht 10) hek 11) pek 12) tel 13) vel 14) knel 15) met 16) eten 17) meten 18) kletsen 19) messen 20) hekken 21) blauwe 22) burgemeester 23) gesloten 24) beloning 25) certificaat 26) hamburger 27) schaatsen 28) rode 29) gekken 30) oranje 31) hesje 32) rel 33) cel 34) mossel 35) dorpel 36) tafel 37) vleugel 38) ezel 39) fakkel 40) dadel 41) gordel 42) wezel 43) parel 44) Brussel 45) vijzel 46) noedels 47) greppel 48) weefsel 49) knetter 50) getreuzel

6. e, u of o? (de e klanken door elkaar)

Scorebord

Visuele stijl

Opties

Template wisselen

Automatisch opgeslagen activiteit "" herstellen?