1) Wat is een bekende eigenschap van Nederlanders in een gesprek? a) Ze praten heel zachtjes. b) Ze spreken vaak direct en eerlijk. c) Ze zeggen nooit wat ze echt denken. 2) Hoe eten veel Nederlanders een haring volgens de traditie? (haring happen) a) Met een mes en vork op een luxe bord. b) In kleine stukjes op een pannenkoek. c) Bij de staart pakken en in de mond laten zakken. 3) Wat eten Nederlanders vaak bij hun ontbijt? a) Warme soep met vlees. b) Alleen fruit. c) Witte bonen in tomatensaus met spek en ei. d) Een boterham met kaas of hagelslag. 4) Je hebt om 14:00 uur een afspraak bij een vriend. Hoe laat word je verwacht? a) Even voor 14:00 uur. b) Om 14:15 uur, dat is niet erg. c) Wanneer je zin hebt om te komen. 5) Wat moet je doen als je te laat komt voor een afspraak? a) Niets, de andere persoon wacht wel. b) Direct even bellen of een appje sturen. c) De volgende dag pas excuses aanbieden. 6) Waarom plannen Nederlanders vaak van tevoren een bezoek? a) Omdat ze hun tijd graag goed plannen en organiseren. b) Omdat ze liever alleen thuis blijven zonder bezoek. c) Omdat de overheid dat verplicht. d) Omdat ze hun huis nog moeten opruimen. 7) Wat betekent de zin: "Waar er vier kunnen eten, kunnen er ook vijf eten"? a) Dat je altijd voor vijf mensen moet koken b) Dat je in een restaurant altijd met vijf personen moet komen. c) Dat een Nederlander graag deelt en er altijd wel een extra gast kan mee-eten. 8) Wat vieren we op 27 april in Nederland? a) Sinterklaas. b) Bevrijdingsdag. c) Pasen. d) Koningsdag. 9) Wat doen kinderen op 11 november tijdens Sint-Maarten? a) Ze lopen met lampionnen langs de deuren voor snoep. b) Ze gaan dan met hun ouder naar Sint Maarten c) Met Sint maarten zetten ze hun schoen bij de kachel. 10) Wat vieren we in Nederland op 5 december? a) Sint-Maarten b) Sinterklaas c) Carnaval 11) Wat is het Wilhelmus? a) Dat is de vader des vaderland. b) Een bekende Nederlandse sportvereniging. c) Het nationale volkslied van Nederland. d) De naam van de koning. 12) Wat doen we met Moederdag en Vaderdag? a) Op deze dagen zetten we onze ouders in het zonnetje. b) Op deze dagen zetten we onze kinderen in het zonnetje. c) Op deze dagen zetten we onze dieren in het zonnetje. 13) Je ziet een Nederlandse vlag met een schooltas eraan. Wat betekent dit? a) De vakantie is voorbij en de kinderen gaan weer naar school. b) Dat er een kind in dat huis is geslaagd voor het examen. c) De kinderen zijn blij dat de grote vakantie is begonnen. 14) Waarom gaan bijna alle kinderen in Nederland op zwemles? a) Omdat Nederlanders graag naar het strand gaan. b) Omdat Nederlanders vaak op een boot wonen. c) Omdat er veel water is en het belangrijk is voor de veiligheid. 15) Wat is een 'buurthuis'? a) Een ontmoetingsplek in de wijk voor cursussen en gezelligheid. b) Een museum waar je oude huizen uit de buurt kunt bekijken. c) Een huis waar de burgemeester woont.

Nederlandse Gewoonten & Tradities

Scorebord

Visuele stijl

Opties

Template wisselen

Automatisch opgeslagen activiteit "" herstellen?