Zij .... jarenlang hun koopzegels bij de plus., spaarde, spaarten, spaarden, spaart, Wij .... dat zij zouden verliezen., hoopten, hoopden, hoopte, hoopdten, Ester en Daan .... vandaag naar de dieren tuin., fietsden, fietsten, fietste, fietsen, Gisteren .... de mensen over het strand., wandelten, wandelde, wandelden, wandelt, Mijn vader en zijn broer .... in de bouw., werkden, werkdten, werkte, werkten, Mijn broers .... hun auto op zaterdag., poetsten, poetsen, poetste, poetsden, De hele middag .... er grote druppels tegen het raam., regenen, regenden, regende, regenten, Met zijn allen .... we het Nederlands., oefenten, oefende, oefenden, oefendten, Pieter en Ivonne .... hun kiwi naast een boom., pelde, pellen, pelten, pelden, De meisjes .... elkaars haren met happen., knipten, knipte, knipdten, knipden, De man en de vrouw .... zich een breuk., sjouwen, sjouwden, sjouwten, sjouwde, De dames .... deftig in hun theekopje., roerte, roerten, roerden, roerde, Jullie .... vorig jaar een vogel van papier., vouwt, vouwten, vouwde, vouwden, Opa en oma .... gisteren snel onze koffers in voor de vakantie., pakten, pakden, paktten, pakken, De kinderen .... enge geluiden op de zolder., hoort, hoorden, hoorde, hoorten, Vroeger .... hier de groenten in de tuin., groeiten, groeien, groeiden, groeide, De twee vrouwen .... met de boot de hele wereld over, reisden, reisten, reiste, reisde, Zij .... voor de koning alles voor., proefte, proefden, proeften, proefde, Zij .... ineens naar het buitenland., verhuisten, verhuisde, verhuisden, verhuiste, De buren .... om na 22:00 stil te zijn, beloofden, beloofde, beloven, beloften, De boswachters .... een boom uit de grond., graavden, graafden, graaften, graven, peter en zijn vrouw .... door de peper. , niesten, niesde, niesden, niezden.

2. De Verleden Tijd o.v.t. (-den of -ten)

Scorebord

Visuele stijl

Opties

Template wisselen

)
Automatisch opgeslagen activiteit "" herstellen?