Soms wil je vertellen hoeveel je van iets hebt. , We gebruiken dan deze drie woorden: veel, meer en meest., Stel je voor: jij, je buurvrouw en buurman hebben appels geplukt., Veel: Gebruik je als er erg veel van iets is. Je hoeft het niet te tellen., Je ziet meteen een mand vol appels., Meer: Je vergelijkt 2 mensen of dingen met elkaar., Meest: Je vergelijkt 3 of meer mensen of dingen met elkaar., Voorbeeld 1: Ik heb 1 mand vol met appels . Dat is veel, Voorbeeld 2: De buurvrouw heeft 2 manden. Zij heeft meer appels dan ik., Voorbeeld 3: De buurman heeft wel 10 manden vol! Hij heeft de meeste appels van ons allemaal., Het ezelsbruggetje: Bij het woord veel kun je het woordje erg of heel ervoor zetten., Het ezelsbruggetje: Bij het woord meer komt er altijd het woordje dan erachter., Het ezelsbruggetje: Bij het woord meest staat bijna altijd de of het ervoor..

1. De trappen van vergelijking: veel, meer en meest de uitleg.

Scorebord

Visuele stijl

Opties

Template wisselen

Automatisch opgeslagen activiteit "" herstellen?