___ vrouw hier naast mij is mijn lerares., Deze, ___ planten daar achter in de tuin groeien in de schaduw., Die, ___ boekjes hier op mijn bureau heb ik al gelezen., Deze, ___ boompjes daar achter in het park zijn nog kaal., Die, ___ meisjes hier in de klas luisteren heel goed., Deze, ___ plantjes daar in de winkel zijn veel groter., Die, Zijn ___ diertjes hier in de kooi van jou?, deze, ___ bankjes daar in het grote park zitten erg lekker., Die, ___ mensen hier in de rij wachten netjes., Deze, ___ bomen daar op de verre heuvel zijn nog groen., Die, Fluit ___ vogel hier in de boom?, deze, ___ stoelen daar in de hoek zijn kapot., Die, Steelt ___ hond hier altijd eten van de tafel?, deze, ___ kranten daar in de bak kunnen worden weggegooid., Die, Zijn ___ pennen hier op het bureau van de meester?, deze, ___ planken daar in het rek zijn leeg., Die, ___ bloemen hier in de vaas ruiken lekker., Deze, ___ glazen daar in de vaatwasser zijn nog vies., Die, Bakt ___ bakker hier ook in het weekend?, deze, Zijn ___ sleutels daar aan de haak van de achterdeur?, die.

2a. Hier en daar: Wat moet er staan, deze of die?

Scorebord

Visuele stijl

Opties

Template wisselen

)
Automatisch opgeslagen activiteit "" herstellen?