De ___ appel is lekker., rood, roode, rode, Het ___ kind speelt met zijn vriendjes., klein, kleine, De soep is _______., heet, hete, heete, Het ___________ meisje maakt een puzzel., blond, blonde, blondde, We kopen een __________ auto., nieuw, nieuwe, nieuwen, Ik lees een __________ boek., dik, dike, dikke, dikken, Daar staat een ___________ stoeltje., blauwe, blouw, blauw, blouwe

Bijvoeglijke naamwoorden

Scorebord

Visuele stijl

Opties

Template wisselen

Automatisch opgeslagen activiteit "" herstellen?