De kar, De auto, Het rijwiel, De mobiel, De automobiel, De fiets, De wagen, De woning, De voordeur, Het huis, De flat, De lift, Het zijl, De woonboot, De arbeid, De baan, De lunchtrommel, De job, De pauze, Het werk, De reistijd, De fout, Het compliment, De vergissing, De ruzie, De blunder, Het meningsverschil, Het misverstand, De fiets, Het rijwiel, De fietsband, Het stuur, De tweewieler, De eenwieler, De wagen, De geneesheer, De patiënt, De arts, De dokter, De apotheker, De verpleger, De geneeskundige, De bioscoop, Het filmtheater, De musical, De cinema, Het entreebewijs, De filmzaal, De film, De winkel, De markt, De boetiek, De boodschappentas, De supermarkt, Het kantoor, Het warenhuis, Het rijk, De overheid, De rijkdom, De armoede, De staat, Het landbestuur, De vereniging, Het cadeau, De vuilnisbak, Het geschenk, Het presentje, Het pakpapier, Het feest, De gift, De foto, De afbeelding, Het fotopapier, De prent, De camera, Het plaatje, Het schilderij, De student, De leraar, De cursist, De opleiding, De leerling, De directeur, De scholier, De baas, De bestuurder, De werknemer, De planner, De leider, De chef, Het personeel, Het inschrijven, Het inloggen, Aanmelden, Het registreren, Het opzeggen, Het afmelden, Het opgeven, De prijs, Het tarief, De onkosten, De kosten, Het Verlies, Het bedrag, Het besteden, De kwaliteit, De tekortkomingen, De degelijkheid, Het gebrek, De deugdelijkheid, De slijtage, De betrouwbaarheid, De start, De stoppen, De opening, Het begin, Het einde, Het resultaat, De aanvang, De storm, De wolkbreuk, De motregen, De opklaring, Het noodweer, De onweersbuien, De nevel, De geliefde, De collega, De partner, De teamgenoot, De echtgenoot, De vrijgezel, De wederhelft, Het gesprek, De conversatie, Het zwijgen, De bespreking, De toespraak, Het praatje, Het schreeuwen, De lesruimte, De lerarenkamer, Het klaslokaal, De klas, De studeerkamer, De aula, Het leslokaal, Het rietje, De drinkbuis, De drinkbeker, De bidon, De drinkhalm, Het zuigbuisje, De zuigfles, Het appartementencomplex, De bungalow, De flat, De woonwagen, De etagewoning, De eengezinswoning, De woontoren, Het betaalmiddel, Het contant geld, De portemonnee, De valuta, De pincode, Het elektronische geld, De tegoedbon, De telefoon, Het telefoonnummer, De smartphone, Het mobieltje, Het abonnement, Het telefoneren, De huistelefoon, De maaltijd, Het ochtendmaal, Het recept, De ingrediënten, Het avondmaal, Het buffet, Het kookboek, De verandering, De gewoonte, De wijziging, De afspraak, De aanpassing, De herhaling, De vernieuwing, Het humeur, De gemoedstoestand, Het karakter, De stemming, De gedachte, De emotie, Het verstand, Het verzoek, Het bevel, De aanvraag, Het voorstel, Het antwoord, De weigering, Het verzoekschrift, De presentatie, De voordracht, Het stilzwijgen, Het geheim, De demonstratie, De vertoning, Het verbergen
0%
1. Woorden synoniemen: Zelfstandige naamwoorden
Delen
Delen
door
Maris68
Nederlands
NT2
A2
B1
Synoniemen
Inhoud Bewerken
Afdrukken
Embedden
Meer
Toewijzingen
Scorebord
Meer weergeven
Minder weergeven
Dit scoreboard is momenteel privé. Klik op
Delen
om het publiek te maken.
Dit scoreboard is uitgeschakeld door de eigenaar.
Dit scoreboard is uitgeschakeld omdat uw opties anders zijn dan die van de eigenaar.
Opties Herstellen
Quiz
is een open template. Het genereert geen scores voor een scoreboard.
Inloggen vereist
Visuele stijl
Lettertypen
Abonnement vereist
Opties
Template wisselen
Alles weergeven
Open resultaten
Kopieer link
QR-code
Verwijderen
Automatisch opgeslagen activiteit "
" herstellen?