jesť, essen (aß, gegessen), žrať, fressen (fraß, gefressen), dať, geben (gab, gegeben), vyliečiť sa, genesen (genas, genesen), diať sa, geschehen (geschah, geschehen), čítať, lesen (las, gelesen), merať, messen (maß, gemessen), vidieť, sehen (sah, gesehen), stúpiť, treten (trat, getreten), zabudnúť, vergessen (vergaß, vergessen)

door

Scorebord

Visuele stijl

Opties

Template wisselen

Automatisch opgeslagen activiteit "" herstellen?