Ik heb ____ tijd. Wij kopen het huis ____. Ik heb ____ kinderen. Ik heb ____ rode fiets. Ik lust deze pizza ____. Hij betaalt deze maand zijn huur ____. Ik wil ____ suiker in mijn koffie. Ik drink deze koffie ____. Ik eet vandaag ____ pizza. Ik heb ____ vakantie. Ik ga ____op vakantie. Ik heb ____ geld voor de boodschappen. Ik bel de dokter ____. Ik koop deze fiets ____. Dit is jouw pen ____. Mijn buurman heeft ____ werk. Dit is ____ mooie jurk. Jij krijgt ____ € 100 van mij. Ik vind deze jurk ____ mooi. Ik wil ____ Nederlands leren. Jij krijgt mijn 100 euro ____. Ik vind Nederlands leren ____ leuk.

door

Scorebord

Visuele stijl

Opties

Template wisselen

Automatisch opgeslagen activiteit "" herstellen?