1) want ik wil een broek kopen. a) Ik wil goed Nederlands spreken, b) Ik heb erge hoofdpijn, c) Ga jij na de les je huiswerk maken, d) Ik ga morgen naar Rotterdam,  2) dus ik ga altijd naar de les. a) Ik heb erge hoofdpijn, b) Mijn broer draagt ​​graag nette schoenen c) Ik wil goed Nederlands spreken, d) Ik kan vandaag niet naar de les komen, 3) en ga ook vaak fietsen. a) Mijn broer draagt ​​graag nette schoenen b) Ik voetbal vaak in het weekend c) Ga jij na de les je huiswerk maken, d) Ik kan vandaag niet naar de les komen, 4) want ik ben ziek. a) Ik kan vandaag niet naar de les komen, b) Mijn buren hebben een grote hond c) Ik voetbal vaak in het weekend d) Sara spreekt geen Engels, 5) of wil je het morgen samen met mij doen? a) Ga jij na de les je huiswerk maken, b) Ik voetbal vaak in het weekend c) Pim werkt zeven dagen per week, d) Ik kan vandaag niet naar de les komen, 6) dus ik kan niet gaan werken. a) Mijn broer draagt ​​graag nette schoenen b) Ik ga morgen naar Rotterdam, c) Ik heb erge hoofdpijn, d) Ik wil goed Nederlands spreken, 7) en ze wandelen met hem in het par. a) Mijn buren hebben een grote hond b) Ik heb erge hoofdpijn, c) Ik voetbal vaak in het weekend d) Ik wil goed Nederlands spreken, 8) maar hij vindt een pak niet mooi. a) Ik wil goed Nederlands spreken, b) Mijn broer draagt ​​graag nette schoenen c) Ik voetbal vaak in het weekend d) Ik ga morgen naar Rotterdam, 9) dus hij is niet vaak thuis. a) Sara spreekt geen Engels, b) Pim werkt zeven dagen per week, c) Ik wil goed Nederlands spreken, d) Ik voetbal vaak in het weekend 10) maar kan wel Engels lezen. a) Ik heb erge hoofdpijn, b) Sara spreekt geen Engels, c) Pim werkt zeven dagen per week, d) Ik kan vandaag niet naar de les komen,

Scorebord

Visuele stijl

Opties

Template wisselen

Automatisch opgeslagen activiteit "" herstellen?