Ik ben te laat, ____de trein heeft vertraging. Vandaag ben ik vrij, ____ morgen moet ik werken. Het is buiten koud ____ het waait hard. Het wordt morgen mooi weer ____ het gaat regenen. Ik heb een rijbewijs, ____ mag ik autorijden. Hij wilde graag naar het feest komen, ____ hij had al andere plannen. Ze heeft haar jas meegenomen, ____ het kan koud worden vanavond. We moeten vroeg vertrekken, ____ we de files willen vermijden. Mijn broer gaat graag naar de film, ____ hij houdt niet van horror. De kat ligt graag in de zon, ____ het lekker warm is. Ze is niet gekomen, ____ ze voelde zich niet lekker. Je mag een koekje nemen, ____ je eerst je bord leeg eet.

Scorebord

Visuele stijl

Opties

Template wisselen

Automatisch opgeslagen activiteit "" herstellen?