gegluurd, Ze hebben bij de buren naar binnen ...... toen ze voorbij liepen., gesproken, Mijn tante heeft met mijn vader ...... over wat ze gingen doen., gegraaid, Die mensen op de vlooienmarkt hebben alles voor je handen weg ......, gebeefd, Ons huis heeft flink ...... toen de aarde trilde., gestrekt, We hebben onze benen ...... na het hardlopen., geglommen, Deze gouden kroon is oud en heeft vroeger ...... maar nu niet meer., getipt, Nadat de politie ...... was konden ze de dader pakken., gezwegen, De baas van de busmaatschappij heeft lang ...... over de busramp, maar nu praat hij erover., gewenkt, De klaar over heeft ...... naar de kinderen toen ze over mochten steken., gezweet, Met die warme dagen heeft u zo ......, u heeft wel 3 keer onder de douche gestaan!, gebibberd, Waarom heb je dan zo ...... in die kou?, geroken, Je hebt het misschien al ......: er hangt een sterke brandgeur in de lucht., gedeeld, Ik heb de taart in punten gesneden en toen met de groep ......, gestaard, Ik heb een uur naar de examenvragen ...... Ik heb niets ingevuld., geklopt, Je hebt op de deur ...... voordat je bij de buren binnenkwam., getreuzeld, Jullie hebben zo lang ..... en nu zijn jullie te laat in de les gekomen!, gelaaid, Het vuur is op...... door de wind, gesnoven, Ik heb het zout water op ...... omdat ik verkouden ben., gehuild, We hebben ...... naar het afscheid nemen van tante Feriel., gewacht, Zij hebben een tijdje ...... en toen zijn ze weggegaan omdat er niemand thuis was..

Het voltooid tijd in een zin. 2

Scorebord

Visuele stijl

Opties

Template wisselen

)
Automatisch opgeslagen activiteit "" herstellen?