1) Ik moet naar de wc ............. hij is bezet. a) want b) maar 2) Wij spelen binnen ............. het regent buiten. a) want b) maar 3) Ik wil buiten spelen ............... het regent. a) want b) maar 4) Ik trek mijn jas aan ......... het is koud a) want b) maar 5) Ik ben niet groot ........... klein a) want b) maar 6) De flat is niet laag ............. hoog a) want b) maar 7) Dit is geen schroef .............. een spijker. a) want b) maar 8) We moeten lopen .............. de lift is kapot. a) want b) maar 9) Het huis is leeg .................. wij gaan verhuizen a) want b) maar 10) De auto blijft staan ................ ik ga fietsen a) want b) maar

Voegwoorden eenvoudig want en maar

Scorebord

Visuele stijl

Opties

Template wisselen

Automatisch opgeslagen activiteit "" herstellen?