Man ziet een aap., Aap op een man., Aap ziet een man., , Man zit op de aap., Aap zit op de man., Aap ziet de man., , Vogel zit op het dak., Dak zit op de man., Man zit op het dak., , Man maakt het dak., Dak maakt de man., Vogel maakt het dak., , Dak ziet de maan., Poes ziet de maan., Maan ziet de poes., , Dak zit op de poes., Maan zit op het dak., Poes zit op het dak., , Aap met een pet., Pet met een aap., Schaap met een pet., , Schaap eet een banaan., Aap eet een banaan., Banaan eet een aap., , Ik zie een mier., Ik zie een ster., Ik zie een stier., , Ik zie een kar., Ik zie een kat., Ik zie een mat., , Haan in het hok., Kip in de tuin., Haan in de tuin., , Kip in de tuin., Kip in het hok., Haan in het hok., , Een muis in huis., Het huis van muis., Een huis in muis., , Poes pak het huis!, Poes pak de muis!, Muis pak de poes!, , Het huis van tante., Het huis is mooi., Het huis van oom., , De tuin van oom., De tuin van tante., De tuin is mooi., , Pap kookt Paul., Paul kookt pap., Oom kookt pap., , Pap eet de poes., Paul eet de pap., Poes eet de pap., , Het raam is dicht., Het raam is open., Dicht is het raam., , Ik zie een stier., Ik zie een ster., Ik zie een beer., , Dit is een schaap., Dit is een aal., Dit is een aap., , Aap op de fiets., Man op de fiets., Fiets op de aap., , Moe is de man., De man is moe., De man gaapt., , Slaapt de vrouw?, De vrouw is moe., De vrouw slaapt., , Zij leest een boek., Hij leest een boek., Zij leest een krant., , Hij zit voor het raam., Zij zit voor het raam., Zij leest een krant., , Jan leest een brief., Jan leest een krant., Jan leest een boek., , Ik zie een beer., Ik zie een bier., Ik zie een meer., , Beer in het bos., Beer in de wei., Bier in de wei., , Dit is een tijd., Dit is een wekker., Dit is een klok., , Het is drie uur., Het is negen uur., Het is zes uur., , Dit is een kous., Dit is een sok., Dit is een rok., , De sok is blauw., Dit is een rok., De rok is blauw., , De broek is groen., De broek is geel., De broek is grijs., , De vrouw met een jas., De vrouw draagt een jas., De vrouw draagt een tas., , De man draagt een jas., De man draagt een vest., De man draagt een trui., , De schoenen zijn bruin., De laarzen zijn bruin., De sloffen zijn bruin., , De laarzen zijn grijs., De laarzen zijn geel., De laarzen zijn groen., , De jongen draagt een hoed., De jongen draagt een pet., De jongen draagt een muts., , De kleren in de kast., De kleuren in de kast., De kleren in de la..
0%
1. Welke zin hoor jij? Lees en luister oefening. A1+ Deze oefeningen komen uit Start lezen A0 naar A1+ 123plusnl.nl
Delen
Delen
Delen
door
Maris68
Basisschool
Volwassenen
A1
Nederlands
NT2
A2
Lezen
Inhoud Bewerken
Afdrukken
Embedden
Meer
Toewijzingen
Scorebord
Meer weergeven
Minder weergeven
Dit scoreboard is momenteel privé. Klik op
Delen
om het publiek te maken.
Dit scoreboard is uitgeschakeld door de eigenaar.
Dit scoreboard is uitgeschakeld omdat uw opties anders zijn dan die van de eigenaar.
Opties Herstellen
Quiz
is een open template. Het genereert geen scores voor een scoreboard.
Inloggen vereist
Visuele stijl
Lettertypen
Abonnement vereist
Opties
Template wisselen
Alles weergeven
Er zullen meer templates verschijnen terwijl je de activiteit gebruikt.
)
Open resultaten
Kopieer link
QR-code
Verwijderen
Automatisch opgeslagen activiteit "
" herstellen?