de straat, la rue, dichtbij, tout près, zoeken, chercher, oversteken, traverser, het stoplicht, le feu, de rotonde, le rond-point, het plein, la place, tot aan, jusqu'à, daarna, puis, tegenover, en face de, hier, ici, het meuble, le meuble, de ladekast, l'armoire, geen dank, de rien, in, dans, op, sur, onder, sous, achter, derrière, voor, devant, naast, à côté de, de lamp, la lampe, de prullenbak, la poubelle, het vloerkleed, le tapis, het gordijn, le rideau, de kleur, la couler, groen, vert, grijs, gris, wit, blanc, enkele, quelques, bijvoorbeeld, par example

Tabela rankingowa

Motyw

Opcje

Zmień szablon

Przywrócić automatycznie zapisane ćwiczenie: ?