Ik eet met mijn ..., mond., Ik lik aan een ijsje met mijn ..., tong., Ik druk op een knop met mijn ..., wijsvinger., Ik zit op de stoel op mijn ..., billen., Ik luister met mijn ..., oren., Ik kijk met mijn ..., ogen., Ik schop de bal met mijn ..., voet., Ik draag mijn zoontje op mijn ..., schouders., Ik drink veel bier en heb een dikke ..., buik., Ik draag een broek aan mijn ..., benen.

Tabela rankingowa

Motyw

Opcje

Zmień szablon

Przywrócić automatycznie zapisane ćwiczenie: ?