Hij blijft bij hetzelfde bedrijf werken., Ik ga tomatensoep koken., We gaan met alle cursisten wandelen., Hij helpt zijn buurman verhuizen., Ik hoor de kinderen lachen., We horen de docent praten., Ik kom je helpen., Ik kan goed zwemmen., Hij kan al weken niet goed slapen., Ik laat de kinderen lekker buiten spelen., Ik leer voor het eerst fietsen., Ik moet de hele week werken., Je mag hier niet parkeren., Ik mag langer blijven., Ik wil Nederlands leren., We zien de zon opkomen., Ik zal morgen bellen., We zullen dit oplossen.,

Leaderboard

Visual style

Options

Switch template

Continue editing: ?