schoonmaken, Mijn vader maakt de keuken schoon, dichtdoen, Doe je de deur dicht?, openmaken, Hij mag het cadeau nu openmaken, weggaan, Wanneer gaat je moeder weer weg?, opruimen, Ik ruim vanmiddag mijn kamer op, uitgeven, Je geeft te veel geld uit aan diners in restaurants, opletten, Let goed op als je de straat oversteekt, binnenkomen, Kom maar binnen hoor!, terugkrijgen, Je krijgt nog 5 euro van mij terug, overgaan, De hoofdpijn gaat niet over, uitdoen, Doe je het licht uit als je weggaat?, oplossen, Ik los dit probleem vanavond op met de gebruiksaanwijzing, weggooien, Hij gooit geen spullen weg, thuiskomen, Zijn dochter kwam heel laat thuis, opbotsen, De auto botste op de lantaarnpaal

Scheidbare werkwoorden herkennen A1-A2

Leaderboard

Visual style

Options

Switch template

Continue editing: ?