Ik ___ naar school., lopen, liep, loop, loopt, Jij ___ in de winkel., werken, werk, werkte, werkt, Hij ___ een vogel., zag, ziet, zie, zien, Wij ___ in het park., lopen, loop, liepen, loopt, Jullie ___ vandaag thuis., werkt, werk, werken, werkte, Ik ___ een auto., zie, zien, zag, ziet, De man ___ snel., liep, loopt, lopen, loop, Jij ___ bij een bedrijf., werken, werkte, werk, werkt, Zij ___ de leraar., zien, zie, ziet, zag, Wij ___ elke dag., werk, werkt, werkte, werken, Ik ___ naar huis., liep, loop, loopt, lopen, Hij ___ in een kantoor., werkt, werken, werkte, werk, Jullie ___ de bus., ziet, zien, zie, zag, De kinderen ___ naar buiten., liepen, loop, loopt, lopen, Ik ___ vandaag niet., werk, werkte, werken, werkt, Wij ___ een film., zie, ziet, zien, zagen, Jij ___ heel rustig., loop, liep, loopt, lopen, Zij ___ in het ziekenhuis., werkt, werkte, werken, werk, De vrouw ___ haar vriend., zag, zie, zien, ziet, Wij ___ samen naar school., loop, lopen, loopt, liepen

Lopen, Werken & Zien in de Tegenwoordige tijd. NT2 A0 niveau

Leaderboard

Visual style

Options

AI Enhanced: This activity contains content generated by AI. Learn more.

Switch template

Continue editing: ?