1) Wat is een synoniem voor het woord 'bibberen'? a) mopperen b) klunen c) beven d) bewegen 2) Wat zijn kenmerken van een tropisch klimaat? Kies alle mogelijkheden. a) vochtigheid b) temperatuur kan dalen tot onder 0 graden Celsius c) er is geen duidelijk regenloos seizoen d) veel neerslag e) tropisch klimaat komt voor in Midden-Amerika, Oost-Europa en Afrika. 3) Kies alle woorden die 'hard regenen' betekenen. a) plenzen b) miezeren c) storten d) motregenen e) hozen 4) Geef alleen die zinnen aan die positieve betekenis hebben. a) Het is een stuk opgeknapt. b) Het is stralend weer. c) Ik baal van de zon! d) Het kan niet beter. e) Nou, het houdt niet over. 5) Kies het Nederlandse equivalent voor de woorden: 'wrażliwy, delikatny' a) overgevoelig b) weersgevoelig c) fijngevoelig d) gevoelloos 6) Wat laat de foto zien? a) het weefsel b) het zenuwstelsel c) de zweetklier d) de bloedvaten 7) Hoe is dit mes? a) bot b) scherp c) scheef d) krom 8) Welke veranderingen in het lichaam zijn gewoonlijk zichtbaar bij het wisselvallige weer? a) de prikkelbaarheid b) het sombere humeur c) het enthousiasme d) de motivatie om iets te doen e) de vermoeidheid f) de blijdschap 9) 'Te' of zonder 'te'? Je moet deze informatie... a) op te zoeken b) te opzoeken c) opzoeken d) zoeken op 10) Toen hij naar huis kwam, zat hij... a) lezen b) te lezen c) aan het lezen d) om het lezen 11) Als het helder begint..., begint de dag. a) worden b) te worden c) zijn d) te zijn 12) Ik probeer mijn bril...  a) vinden b) te vinden 13) Ik wil deze kans niet... a) te missen b) om te missen c) missen 14) Zij blijkt een aardig meisje... a) zijn b) te zijn 15) Zij belooft op tijd... a) te komen b) komen 16) Hij probeert gezonder... a) te leven b) leven 17) Haar ouders bevelen haar naar school... a) gaan b) te gaan 18) Zij besloot een nieuwe auto... a) kopen b) te kopen 19) Ik blijf op de bus... a) wachten b) te wachten c) om te wachten 20) ... het eind a) in b) op c) aan d) bij 21) zorgen... a) over b) voor 22) danken... a) voor b) aan c) over 23) overgevoelig zijn... a) van b) voor c) aan d) bij 24) Als een ... bij heldere hemel. a) donderslag b) bliksem c) donder d) onweer e) stroom 25) Alsof iemand het in ... hoort .... a) Keulen, bliksemen b) Brabant, donderen c) Keulen, donderen d) Keulen, storten

Theme

Options

Leaderboard

Switch template

Interactives

Restore auto-saved: ?