Sara wil graag goed Nederlands spreken, Sara moet elke dag huiswerk in de keuken maken, Haar man wil geen Nederlands op school leren, De man wil brood in de supermarkt kopen, Wij mogen in de bibliotheek niet hard praten, Johan kan vandaag niet op school komen, Ik moet nog veel Nederlands leren, Mijn moeder wil dit weekend gaan sporten, Moet hij elke avond in de keuken studeren?, Je kunt op zaterdag naar de sauna gaan, Zij kunnen om 8 uur in het sportcentrum komen, Ik wil graag in het sportcentrum sporten, Wij kunnen na de fitness patat bij de snackbar eten, Zij zullen vanavond een tv bij de Mediamarkt kopen, Jullie mogen vanavond televisie kijken,

Leaderboard

Visual style

Options

Switch template

Continue editing: ?