Ik zal deze week met de bus naar het werk gaan, Gaat de man met de hond wandelen ?, Vanmiddag gaan wij op het strand wandelen, Zij hebben de hele dag gewerkt, Maar ik kan vandaag niet komen, Omdat wij boodschappen moeten doen, Spelen de kinderen vandaag buiten ?, In de bibliotheek kun je rustig studeren, Dus hij komt een beetje later op het werk, Omdat hij een goede dokter is, Sara gaat elke dag met de fiets naar school, Want zij hebben vandaag geen tijd, In dit restaurant vind ik het vlees erg lekker, Als ik volgende week niet kan komen, Wie doet vandaag boodschappen ?, Als u een afspraak wilt maken, Op zaterdag maakt Sara het huis schoon, Omdat jullie geen huiswerk hebben gemaakt, Hij maakt 's ochtends huiswerk in de kantine, Als ik zaterdag boodschappen ga doen, En je moet niet zo hard praten, Omdat zij in de zomer op vakantie willen gaan, Hoe laat gaat de man in de winkel werken ?, Als mijn moeder vanavond pasta heeft gekookt, In Den Haag kun je op zaterdag naar de markt gaan, Of ze kunnen morgen naar het park gaan, Ik moet nog veel Nederlands leren, Als de les om 11 uur is begonnen, In de trein mag je geen sigaretten roken, Heb jij vandaag in het fitnesscentrum gesport?, U moet twee pillen innemen, Met wie ga jij vandaag in het sportcentrum sporten?, In augustus wil ik graag op vakantie gaan, En we willen ook naar het museum gaan, U kunt de medicijnen bij de apotheek halen, Om 12 uur gaat de bibliotheek in het centrum open, Ik wil graag een foto maken, Hoe vaak ga jij deze maand sporten?, We zullen vandaag een nieuwe laptop bij de Mediamarkt kopen, In het weekend spelen de kinderen buiten, We gaan in de kerstvakantie met vrienden in een hotel slapen, Morgen ga ik voor het examen leren, Dus we moeten een nieuwe afspraak maken, Want ze gaat volgende week trouwen,

Leaderboard

Visual style

Options

Switch template

Continue editing: ?