Er is / er zijn: Maak een zin bij het plaatje., Er is / er zijn: Maak een zin bij het plaatje., Er is / er zijn: Maak een zin bij het plaatje., Er is / er zijn: Maak een zin bij het plaatje., Er is / er zijn: Maak een zin bij het plaatje., Er is / er zijn: Hoeveel slaapkamers zijn er in jouw huis?, Er is / er zijn: Hoeveel mensen zitten er in de klas?, Er is / er zijn: Hoeveel parken zijn er in jouw buurt?, Er is / er zijn: Hoeveel trams of bussen rijden er in jouw buurt?, Er is / er zijn: Hoeveel docenten zijn er in deze klas?, Maar/en/of/want/dus: Ik heb geen auto, dus…, Maar/en/of/want/dus: Ik vind Nederland leuk, maar..., Maar/en/of/want/dus: Ik vind tv kijken leuk, want …, Maar/en/of/want/dus: Ik heb wel een auto, maar…, Maar/en/of/want/dus: Ik kan niet goed Nederlands praten, dus …, Maar/en/of/want/dus: Ik maak een afspraak met de dokter, want …, Maar/en/of/want/dus: Ik ga naar school, want …, Maar/en/of/want/dus: Ik moet inburgeringsexamen doen, dus..., Maar/en/of/want/dus: Ik woon nu twee jaar in Nederland, maar…, klein/kleiner : een kat is groot, maar een hond ..., klein/kleiner : een fiets is snel, maar een motor ..., klein/kleiner : een huis is hoog, maar een flat is... , klein/kleiner : een appel is lekker, maar een banaan is lek..., klein/kleiner : 10 kilo is zwaar, maar 50 kilo is zwa....., klein/kleiner : Wie is kleiner dan jij?, klein/kleiner : Wie is groter dan jij?, klein/kleiner : Wie is jonger dan jij?, klein/kleiner : Wie is ouder dan jij?, klein/kleiner : € 1,00 is weinig, maar € 0,50 is ..., klein/kleiner : € 10,00 is veel, maar € 100,00 is ..., Omdat / als : Ik ga niet naar school, want ik ben ziek., Omdat / als : Ik heb het druk, want ik moet veel huiswerk maken. , Omdat / als : Ik lees geen boeken, want ik houd niet van lezen., Omdat / als : Ik koop nooit boeken, want ik leen altijd boeken van de bibliotheek., Omdat / als : Het eten in dit restaurant is goed, want de kok kan goed koken., Omdat / als : Wanneer ga jij naar de supermarkt?, Omdat / als : Waarom ga jij naar school?, Omdat / als : Wanneer ga jij op vakantie?, Omdat / als : Waarom heb je geen tijd voor mij?, Omdat / als : Wanneer kan ik met jou afspreken?, werken - heb gewerkt: bezoeken, werken - heb gewerkt: koken, werken - heb gewerkt: kopen, werken - heb gewerkt: zijn, werken - heb gewerkt: hebben, werken - heb gewerkt: lopen, werken - heb gewerkt: gaan, werken - heb gewerkt: komen, werken - heb gewerkt: drinken, werken - heb gewerkt: eten.

Leaderboard

Speaking cards is an open-ended template. It does not generate scores for a leaderboard.

Visual style

Options

Switch template

Continue editing: ?