De nieuwe buren stellen zich voor. , De buren praten over hun werk. , Ze komen niet uit Nederland. , De buurvrouw krijgt een kleinkind. , Ik ben geboren in Duitsland. , Wij hebben twee kinderen. , Hoe oud zijn jouw kinderen?, Hij woont pas drie maanden in Nederland. , Ik ga volgende maand verhuizen. , Mijn zoon woont in Den Haag. , Wij gaan vanavond wandelen. , Mijn zus leert Nederlands in Enschede., Schrijf je huiswerk in je agenda. , Het centrum is een drukke buurt. , Er zijn vijf kamers in ons huis. , Er zijn 17 cursisten in de klas. , Er is een hoge trap naar boven. , Er is een lift in het gebouw. , Er zijn 7 avondklassen dus er zijn veel cursisten. , We zitten op de tweede verdieping en we gaan met de trap. , Ik wil graag Nederlands leren dus ik moet hard werken. , Mijn buurvrouw koopt een tweedehands bank. , Ik kam mijn haar voor de spiegel. , In de kamer staat een grijze kast. , Het tafeltje is van hout. , De trein heeft een half uur vertraging. , Ik ga liever met de bus. , Ik begrijp het bericht niet. , Stop je pinpas in de automaat. , U moet hier rechtsaf slaan. ,

Taalcompleet A2 thema 1 zinnen ontwarren

Leaderboard

Visual style

Options

Switch template

Continue editing: ?