1) de vacature (ik zag veel leuke vacatures) 2) de werkgever (de werkgever betaalt mijn salaris) 3) de functie (welke taken horen bij de functie?) 4) de persoon (dit recept is voor 4 personen) 5) de kennis (ze nodigt al haar kennissen uit) 6) de werknemer (dat bedrijf heeft veel werknemers) 7) het voordeel (het is een voordeel dat je Engels spreekt) 8) tijdelijk (ik heb een tijdelijke baan; mijn contract loopt in juli af) 9) het contract (bij die werkgever begin je met een tijdelijk contract) 10) het nadeel (het nadeel is dat je veel reistijd hebt) 11) de sollicitatiebrief (als je werk zoekt, stuur je een sollicitatiebrief) 12) bewaren (bewaar jij de bon van de supermarkt altijd?) 13) interesse hebben in (heb jij interesse in voetbal?)

TaalCompleet A2 - woorden 6.1

Leaderboard

Visual style

Options

Switch template

Continue editing: ?