beschrijven - Kun je de foto .....? Ik zie het niet. , trek aan - Ik ..... mijn jas ...., oplossen - Kun je dit probleem voor mij ..., direct - Ik kom .... naar huis., verkeerde - Sorry, ik heb het .... antwoord gegeven., doekje - Ik gebruik een .... om de tafel schoon te maken. , scherp - Pas op! Het mes is heel ...., zachte - De baby heeft een .... huid. , anderhalf - De film duurt ... uur., tevreden over - Ik ben .... mijn werk., geleverd - Het pakket wordt morgen ..., korting - Er is nu .... op deze schoenen., beroep - Wat is jouw ....? Waar werk je?, maximaal - Je mag .... twee boeken lenen., regelmatig - Ik ga .... naar de bibliotheek. ,

Taalcompleet A2 thema 4 woordenschat

Leaderboard

Visual style

Options

Switch template

Continue editing: ?