Een aannemelijk bod  - Niet te hoog, niet te laag. Precies goed. , Een bod - Prijs die je voor iets wilt betalen. , De advertentie - Bericht of plaatje om iets te verkopen of reclame te maken., De Piano  - Een muziekinstrument , De meubels  - Voorwerpen in huis waar je op kunt zitten, op kunt liggen of dingen in kunt zetten., Een apparaat  - Je kunt het gebruiken om iets mee te doen. Het werkt vaak met stroom of batterijen., In goede staat - Goed/netjes/mooi. , Zo goed als nieuw (z.g.a.n.) - Bijna nieuw en nog helemaal goed., Voor de halve prijs - De helft van het geld. 50% korting., In redelijke staat - Veel gebruikt. Niet nieuw. Beetje oud. , Gedragen - Wij dragen (aanhebben) een jurk. Wij hebben de jurk gedragen., Dat is een koopje - Goedkoop, Versnellingen  - Ze helpen om makkelijker te trappen of sneller te rijden., De vraagprijs - De prijs die iemand wil hebben voor iets dat te koop is., Een apart deel - Het hoort bij iets, maar is niet hetzelfde stuk, Klein model - Kleine maat, Het merk - De naam van een fabrikant of bedrijf van een product., Het aantal - Hoeveel dingen er zijn., Het materiaal  - Welke stof of grondstof, De stof - Katoen/wol, Het leer - Een materiaal dat gemaakt is van dierenhuid., De afstand - Hoeveel meter of kilometer., De conditie van iets - Goed/beetje goed/niet goed. ,

Code+ (deel 2) hoofdstuk 1 taak 2

Leaderboard

Visual style

Options

Switch template

Continue editing: ?