want daar woont mijn zus., Ik ga morgen naar Rotterdam, , dus ik ga altijd naar de les., Ik wil goed Nederlands spreken,, en ga ook vaak fietsen., Ik voetbal vaak in het weekend, want ik ben ziek., Ik kan vandaag niet naar de les komen,, of wil je het morgen samen met mij doen?, Ga jij na de les je huiswerk maken,, dus ik kan niet gaan werken., Ik heb erge hoofdpijn,, en ze wandelen met hem in het par., Mijn buren hebben een grote hond, maar hij vindt een kostuum niet mooi., Mijn broer draagt ​​graag nette schoenen, dus hij is niet vaak thuis., Pim werkt zeven dagen per week,, maar kan wel Engels lezen., Sara spreekt geen Engels,.

排行榜

视觉风格

选项

切换模板

)
恢复自动保存: