Hij heeft gisteren lekker ... (sporten), gesport, gesportt, gespord, gesportet, Ze hebben vier jaar in Maastricht ... (studeren), studeerd, studeert, gestudeerd, gestudeert, Wij hebben vorige week veel ... (wandelen), gewandelt, gewandeld, gewandeelt, gewandeeld, Ze heeft vanochtend lekker ... (douchen), gedoucht, gedouchd, We hebben ons hele huis ... (schilderen), geschildert, geschilderd, Jullie hebben echt lekker ... (koken), gekokt, gekokd, gekookt, gekookd, We hebben de hele nacht over corona ... (dromen), gedromt, gedromd, gedroomt, gedroomd, Ze zijn naar de universiteit ... (fietsen), gefietst, gefietsd, Hij heeft op de mail ... (antwoorden), geantwoort, geantwoord, geantwoordet, geantwoorded, Ik heb twee jaar in Parijs ... (wonen), gewont, gewond, gewoont, gewoond.

排行榜

视觉风格

选项

切换模板

)
恢复自动保存: