Wat heb je (doen)?, Wat heb je (eten)?, Wat hebben jullie (drinken)?, Wat heeft hij (spelen)?, Waar heeft zij (werken)?, Wat hebben zij (leren)?, Hoe lang ben jij daar (blijven)?, Heb je mijn telefoon (zien)?, Hoe laat ben je naar huis (gaan)?, Wat heeft hij (krijgen)? , Heb ik je goed (helpen)?, Wanneer zijn zij (komen)?, Heb ik teveel (betalen)?, Wat heb jij (stemmen)?, Ben jij in Rotterdam (zijn)?.

Rebríček

Náhodné karty je šablóna s možnosťou rozšírenia. Nevytvára skóre pre rebríček.

Vizuálny štýl

Možnosti

Prepnúť šablónu

Obnoviť automaticky uložené: ?