Ik denk dat het morgen mooi weer wordt., Ik hoop dat je morgen naar de les komt., Mijn buurman zegt dat hij volgende maand gaat verhuizen., Wij weten dat de winkel om zes uur sluit., Ik vind dat Nederlands een moeilijke taal is., Zij hoort dat haar collega een nieuwe baan heeft., Ik zie dat je een nieuwe jas draagt., Mijn moeder denkt dat ik te weinig slaap., De docent zegt dat we vandaag eerder naar huis mogen., Wij vinden dat de lessen erg interessant zijn.

โดย

ลีดเดอร์บอร์ด

ขณะนี้เรากําลังดําเนินการปรับปรุงฟังก์ชันการกระดานผู้นํา โปรดช่วยเราด้วยการเสนอข้อเสนอแนะของคุณ

ให้คําติชม

สไตล์ภาพ

ตัวเลือก

ขณะนี้เรากําลังปรับปรุงการตั้งค่ากิจกรรมโปรดช่วยเราโดยให้ข้อเสนอแนะของคุณ

ให้คําติชม

สลับแม่แบบ

คืนค่าการบันทึกอัตโนมัติ: ใช่ไหม