In deze koffer ___ alleen maar kleding., zit, zet, staat, steekt, De schaar ___ op tafel., legt, ligt, zit, Waarom ___ die fietsen voor mijn deur?, staan, zitten, leggen, staat, Ik moet deze broek strijken, want hij heeft te lang in mijn rugzak ___., gestaan, gezeten, gestoken, Ik heb mijn brooddoos in mijn rugzak _____ ., gezeten, gestaan, gelegen, gestoken, De kerstboom heeft tot begin maart in onze woonkamer ___., gelegen, gezeten, gestaan, Roel heeft de papieren op het bureau van zijn manager ___, gelegd, gezet, gelegen, gestaan, Kan je de tomaten in de koelkast ____ ?, staan, zitten, steken, Ze ___ haar hand op zijn schouder en zegt: 'Het komt allemaal goed.', legt, staat, lacht, Nicolle heeft een pot pindakaas op tafel ___., gedaan, gezet, gelegen

โดย

ลีดเดอร์บอร์ด

สไตล์ภาพ

ตัวเลือก

สลับแม่แบบ

คืนค่าการบันทึกอัตโนมัติ: ใช่ไหม